Colums en korte verhalen

Kijk door een andere bril naar alledaagse zaken of verwonder je over de beleving van een transgender en zijn omgeving, met soms een sprookje tussendoor.

Moederdag

Morgen is het weer Moederdag. Ik heb er jaren niet aan durven denken. Het ligt bij mij wat ingewikkeld. Want tja, voordat ik in transitie ging was ik ‘gewoon moeder’ van 3 prachtige dochters. Zelf gedragen, zelf gebaard, zelf gezoogd. Op en top moeder.

Nu lees ik posts van andere moeders in nostalgische buien. Bij mij komen ook herinneringen naar boven. Het verplichte in-bed-blijven-liggen, in afwachting van de zelfgeknutselde kadootjes, lieve versjes, het lekkere(?) ontbijtje. De zooi in de keuken die je daarna zelf op mag ruimen.
Op dit moment herinner ik me vooral de kinderstemmetjes die ‘mam’ riepen. De vanzelfsprekendheid van die titel, die alleen voorbehouden is aan één persoon. Die je kinderen de rest van hun leven mogen blijven gebruiken. Zo gewoon en toch ook zo bijzonder. Besef ik nu. Nu mijn kinderen me niet meer, misschien zelfs nooit meer, ‘mam’ zullen noemen…

Toen ik Groen Licht had gekregen (officiële toestemming om met het traject te beginnen) heb ik de meiden een afscheidsbrief gegeven waarin ik plechtig beloofde dat ze altijd, altijd ‘mama’ tegen me mochten blijven zeggen, ookal werd ik een man. En dat zijn ze nog een poosje blijven doen. Zelfs hardop, op straat of in een winkel. Verwarrende taferelen krijg je daar van.
In het begin vond ik dat erg moeilijk, omdat daarmee mijn vrouwelijkheid benadrukt werd, terwijl ik mijn best deed er zo mannelijk mogelijk uit te zien. Maar ik wilde er wel voor gaan staan, voor onze bijzondere band. Ik was bereid daar keihard voor te vechten.

 

Een aantal maanden na de start van de hormoonkuur brak mijn stem en was ik al zo veranderd in mijn gezicht, dat het moeilijk werd voor mijn kinderen. Nu waren zij degenen die raar aangekeken werden. Omdat ze ‘mama’ tegen een man zeiden!
Ze hebben nog een poosje allerlei bijnamen gebruikt, zoals ‘mapa’ of ‘pama’, ‘tutu’ en ‘yaryar’. Maar uiteindelijk zijn ze ‘Yarick’ tegen me gaan zeggen. Nu hebben ze geen ‘mama’ meer. Nu hebben ze ‘een vader en een Yarick’.

Ik zal altijd hun moeder blijven. Ik ben degene die hun heeft gedragen, gebaard en gezoogd. Maar ‘mam’ of ‘mama’ zullen ze nooit meer zeggen. En moederdag vieren we ook al jaren niet meer.
Natuurlijk ben ik niet de enige, al voelt dat soms wel zo. Ik denk aan al die moeders, al die ‘mams’ en ‘mama’s’, die ook al jaren geen moederdag meer vieren. Omdat hun kinderen daar te groot voor zijn geworden. Omdat de relatie met hun kinderen is gebrouilleerd. Omdat ze hun kind(eren) af hebben moeten staan. Of om welke reden dan ook.
Ik voel de pijn met hun mee. Ik voel de leegte van een vol verleden. Het stekende gemis. En ook de zachtheid die er onder ligt. De liefde, die door alle lagen heen zindert. De band die altijd zal blijven, sterk en stug als een navelstreng.

En ik ben dankbaar. Onnoemelijk dankbaar dat ik ook dàt mee heb mogen maken.

MANNA©

Raponsje en de illegale toren

“Alarm! Alarm! Wie weet er iets van de toren op locatie B 52.3 L 4.89?!” Zo luidt het bericht dat om precies 4.34 uur wordt gepost op het forum van SkyScaperCity.com.

“Wat is er aan de hand?”

“Wat een heibel zo laat in de nacht, ga eens slapen, bro!”

“Volgens mij kloppen je breedte- en lengtegraden niet. Er is niets in dat gebied. Alleen weiland.”

“Nee, nee! Volgens Google Maps staat daar ineens een hoog bouwwerk. Die stond er eerst nog niet. En het meest vreemde is dat ik er nergens in de online bouwbesluiten documentatie over kan vinden. Heeft iemand enig idee wat hier aan de hand kan zijn?!”

Om precies 5.34 uur verzamelen een tiental forumleden zich bij de dichtstbijzijnde provinciale weg. De net opkomende ochtendzon trekt een nevel over het weiland en uit de sloten komt nog meer mist het zicht verslechteren. De mannen overleggen nog wat met elkaar, sommigen schijnen met sterke LED-lantaarns rond zonder iets méér te kunnen zien dan een ondoordringbare sluier, en sommigen drinken hun laatste AH-to-go-koffie op. Dan loopt één van hen, Harm, het weiland in, kijkend op zijn GPS, en de anderen volgen hem zwijgend.

Na zo’n 200 meter doemt er uit de mist een hoog, smal gebouw op. Verbaasd kijken ze omhoog en versnellen hun pas. Hun harten kloppen zo hard dat het lijkt of er een drumband bij de voet van de toren aan komt.

“Wat is dit? Een ronde flat van oude bakstenen??”

“Ik zie nergens ramen.”

“Ik zie ook nergens een ingang. Geen deur, geen lift, helemaal niks!”

“Hoe hoog zou het zijn?”

“Waar zijn we precies? Ik heb geen bereik meer.”

“Wat hangt daar? Het lijkt wel… een touw?”

“Het is een vlecht! Het lijkt wel gemaakt van mensenhaar!”

“Trek er eens aan.”

“…Auw!!!…” klinkt er in de verte.

Iedereen valt stil en houdt zijn adem in. In wat voor rare situatie zijn ze nu beland?? Dit lijkt wel een sprookje!

“Hallo?!” Roept Harm in het rond.

“Wie trok daar aan mijn haar?” Het geroep lijkt van boven uit de toren te komen.

“Ik heet Harm. Wie bent u?”

“Mijn naam is Raponsje. Ik zit hier gevangen. Bent u mijn reddende prins?”

Een paar mannen proesten van het lachen en geven Harm een duw tegen zijn schouder.

“Ssst! Dit is serieus. Er is hier een noodsituatie gaande!” Sist hij tegen zijn vrienden, en roept dan weer naar boven: “Heeft u een mobiel bij u? Kunt u 1-1-2 bellen?”

“Een wat?? En wat??”

“Ze heeft hier vast geen bereik, net als wij.” Oppert iemand.

“Laten we terug gaan naar de auto’s, misschien lukt het daar wel.” Stelt een ander voor.

“Ik heb een ingebouwde politieradio, daar heb ik altijd bereik mee.” Pocht een derde.

Als kleine jongetjes op groot avontuur snellen de mannen terug naar hun rijtuigen. En ja hoor, de politieradio werkt. De trauma helicopter van het Universitair Medisch Centrum te Groningen is binnen 10 minuten op plaats van bestemming en Raponsje wordt uit haar bijzondere gevangenis bevrijd. Dan wordt ze snel naar de EHBO-post van het UMCG gebracht en binnen korte tijd komen de forumleden daar ook aan.

Het duurt echter nog 4 uur voordat de mannen Raponsje weer zien, want door het ontbreken van een identiteitspas, zorgverzekering en aanvullende gegevens heeft het administratief personeel moeite om een dossier voor haar aan te maken. Maar aangezien ieder ziekenhuis wettelijk verplicht is om een hulpbehoevende te helpen wordt ze wel onderzocht door een vijftal artsen. Zij komen uiteindelijk tot het besluit dat Raponsje geheel en al gezond is en ze uit het ziekenhuis ontslagen mag worden. Wel krijgt ze een doorverwijzing mee voor slachtofferhulp, met het nadrukkelijke advies daar binnen een week gebruik van te maken.

“Ik weet niet waar jullie het allemaal over hebben, lieve heren, maar het enige wat ik wil is mijn redder zien.”

Ze wordt naar het groepje mannen gebracht, dat verveeld en onderuitgezakt in de wachtkamerstoelen hangt. Sommigen slapen en anderen zijn te druk met hun mobiel bezig om op te merken dat Raponsje binnenstapt, op één man na. Harm staat op en loopt naar haar toe. Zij werpt zich in zijn armen, zucht: “mijn ware held” en drukt haar volle lippen vlinderzacht op de zijne.

Voor Harm trekt nu eindelijk de mist op, zijn ogen beginnen te stralen en hij roept verrukt: “mijn grote liefde, Raponsje, waar was je heel mijn leven?! Ik wil met je trouwen en je nooit meer laten gaan!”

En aldus geschiedde. Harm en Raponsje trouwden, kregen veel kinderen (met allen lang haar) en leefden nog lang en gelukkig in hun lage bungalow.

MANNA ©

Oudejaarsdag

Het is weer zover. De laatste dag van het jaar is aangebroken. Met z’n allen hollen we weer naar de eindstreep. Altijd met gemengde gevoelens.

Verdriet om verlies, teleurstelling om verloren hoop, boosheid om wat tegenzat, voldoening om behaalde resultaten, dankbaarheid zelfs. Alles passeert de revue. De één kijkt nog eens uitgebreid terug. De ander holt ongeduldig verder. Nieuwe kansen tegemoet.

Maar wat maakt deze dag eigenlijk anders dan alle andere? Tijd is immers een bedacht concept. Stopt een boom even met groeien, stopt een vogel met vliegen, alleen maar omdat wij een nieuwe kalender ophangen? Als oud-en-nieuw altijd op volle maan viel, kon ik het nog een beetje begrijpen. Of als er een reeks planeten op één lijn zouden staan.

 

De uniform gemaakte afspraak om op deze dag het spel volgens andere regels te spelen veroorzaakt massale gekte. Trouwe huisvaders en gehoorzame kinderen veranderen plotsklaps in dronken boeren en vandalen. Vanavond zullen we knallen!

Groepsdynamiek kan van feeërieke buurten een slagveld maken. Ooit werd mijn stoep het toneel van een ruiende menigte, tegenover een muur van ME-ers te paard…

Collectieve angst wordt steevast overgoten met een feestelijk tintje. Blij zijn we. Allemaal.

Na het klinken van het middernachtuur omhelzen we wie maar wil. Gefeliciteerd, we hebben het weer hebben gehaald!

MANNA ©

Sluit Menu